'In al het marktgeweld zijn we de eenvoud in de hulpverlening vergeten’, zo luidt de visie van Dik Hooimeijer, manager marketing en innovatie bij MOOI Den Haag, op de bezuinigingen in zijn gemeente. ‘Ik begrijp wel dat we moeten bezuinigen, maar ik vrees dat we de prijs straks keihard moeten betalen door deze cold turkey-aanpak.’ Het Haagse welzijnswerk, moet 10,4 miljoen euro bezuinigen. Dat doet wethouder Karsten Klein door 22 welzijnsaccommodaties te sluiten, hij wil 95 procent van het welzijnsbudget voor volwassenen schrappen en ook het welzijnswerk voor migranten wordt gekort. Volgens Dik Hooimeijer betekent dit het hele volwassenenwerk van MOOI moet worden opgedoekt. Vorige week kwam de commissie Samenleving bij elkaar om de plannen van het college voor het Haagse welzijnsbeleid te bespreken. De commissie zal later nogmaals bij elkaar komen en de gemeenterraad vervolgens adviseren. Eind mei zal de gemeenterraad over het voorstel gaan stemmen.
IngrijpendHet sluiten van club- en buurthuizen, daar kan Hooimeijer wel inkomen. Sterker nog, de Haagse welzijnsorganisaties dienden vorig jaar zelf een plan in met het advies om deze locaties te sluiten. ‘Met pijn in het hart’, zegt Hooimeijer. ‘Dit was de meest verantwoorde keuze om geld te besparen. Iedereen begrijpt dat een jongerencentrum tegenover een schoolgebouw kapitaalvernietiging is. Dat kan beter samen in een pand. Maar we moeten ook in de gaten houden dat het sluiten van een buurthuis voor veel mensen heel ingrijpend is. Een andere locatie 800 meter verderop, lijkt dichtbij, maar is voor veel mensen te ver.’
ArmoedeHet volwassenenwerk gaat niet alleen over bingo’s en naaikransjes, stelt Hooimeijer. ‘Een bingo moeten mensen vooral zelf gaan organiseren. Het volwassenenwerk richt zich op sociale stijging, de aanpak van armoede en werkloosheid. Dit betreft mensen die ons moeten leren vertrouwen, die we moeten aanspreken op hun eigen vermogen. Dat kost tijd, maar de potentie is er. Toch wordt er stevig op gekort.’
Deze doelgroep heeft volgens de manager al zoveel te verduren, zoals bezuinigingen op de ondersteunende begeleiding, de Wsw, de inburgering. ‘Dit zijn mensen aan de onderkant tot aan de rafelrand van de samenleving. Zij zullen altijd hulpverlening nodig hebben, voor hen is de civil society te ver weg.’
VrijwilligerVolgens wethouder Klein moet ‘de vrijwilliger’ een belangrijke rol gaan spelen in het welzijnswerk. Hooimeijer wijst erop dat er bij Stichting MOOI al 700 vrijwilligers werken. ‘Hoeveel meer moeten dat er nog worden? Ik spreek veel vrijwilligers en zij zeggen dat ze er mee kappen als ze geen professionele ondersteuning meer krijgen. Van mensen die werken wordt steeds meer vrijwillige inzet verwacht. Terwijl we steeds langer moeten werken. De babyboomers met een huisje in Frankrijk zien vrijwilligerswerk niet zitten. En wie gaat er aan het eind van een lange werkdag nog met moeilijke jongeren aan de slag? Dat is niet de realiteit, de samenleving is veranderd.’
HeilHooimeijer verwacht dat na de sluiting van de welzijnsaccommodaties en het schrappen de professionele ondersteuning een behoorlijk deel van de vrijwilligers opstapt. ‘Zij verhuizen niet zomaar mee naar een andere locatie. Van achter de tekentafel kunnen we wel denken: “dan gaat die vrijwilliger mooi mee”, maar zo werkt dat niet.’ Ook een deel van de bezoekers zal denken: ‘laat maar’. ‘Jongeren moeten elders hun heil zoeken, maar krijgen heus niet zomaar de sleutel van een sportkantine in een andere wijk.’
EenvoudEr moet bezuinigd worden, dat staat voor Hooimeijer ook vast. ‘Ik moet toegeven dat we er met z’n allen een zooitje van hebben gemaakt. Ik werk al 35 jaar in het welzijnswerk, maar snap zelf niet meer hoe het in elkaar zit. Al die instellingen die zich bezighouden met eenzelfde cliënt. Er is iets fundamenteel mis wanneer je twintig hulpverleners over de vloer krijgt.’ Volgens Hooimeijer kan de zorg naar een hoger niveau getild worden en tegelijkertijd ook goedkoper: ‘In al het marktgeweld zijn we de eenvoud vergeten. We moeten om de tafel om de hulpverlening eenvoudiger te maken. Zodat mijn moeder het ook snapt.’
Bron: Zorg + Welzijn, Platform voor sociale professionals26 april 2011